Nieuws.jpg

Bestuur & Organisatie Nieuwsarchief

31 mei 2016

Energieke regionale raadsbijeenkomst: Breedband en het Regionaal Investeringsfonds

Overzicht zaal_30mei.jpg

“Laten we als regio nu eens voorop lopen in Nederland!” Dit was de laatste opmerking van een raadslid en typerend voor de energie en de inzet van de aanwezigen tijdens de hele avond. Breedband stond samen met het onderwerp Regionaal Investeringsfonds centraal tijdens de bijeenkomst op maandag 30 mei in het gemeentehuis van de gemeente Buren in Maurik.

Introducties op de onderwerpen
De bijeenkomst kende een plenair deel en sessies. Shah Sheikkariem, directeur Contractgestuurde Dienstverlening (CgD), opende als avondvoorzitter de bijeenkomst en gaf als eerste het woord aan Hans Beenakker, vicevoorzitter van Regio Rivierenland. Hij gaf een korte inleiding over de onderwerpen die deze avond besproken zouden worden en gaf de microfoon over aan Kees Zondag, die als regionaal portefeuillehouder van het project Breedband (onder de hoede van Team Onderzoek & Ontwikkeling van CgD) een introductie gaf op de gelijknamige deelsessie.

Het doel van het project is om een 100% dekkende, toekomstvaste en open glasvezelinfrastructuur te (laten) realiseren in Rivierenland voor 2020. Het proces vordert gestaag en dat is noodzakelijk, want zonder breedband zal de leefbaarheid van het buitengebied achteruit gaan en de continuïteit van de bedrijven aldaar worden bedreigd.

Vicevoorzitter Hans Beenakker nam de raadsleden vervolgens mee in de ontwikkelingen rond het Regionaal Ambitiedocument, dat het Algemeen Bestuur onlangs heeft vastgesteld, en hoe een regionaal investeringsfonds zou kunnen bijdragen aan het financieren van de ambities die wij hebben om onze regio een economische boost te geven. Zie ook: Totaalproces van regionaal ambitiedocument tot succesvolle realisatie en de beeldvormende notitie Regionaal Investeringsfonds.

Sessie Breedband
Stan Herms, projectleider Breedband van Team O&O van CgD, nam de raadsleden mee in het proces om te komen tot toekomstvast breedbandinternet. Gestart in 2014 is een aantal belangrijke stappen gezet waardoor het team nu een haarscherp en objectief beeld heeft van de problematiek en oplossingsrichtingen.  Zie ook: Breedbandproject Rivierenland vordert gestaag.



Overheidsmodel biedt dekkingsgraad van 100%
Het resultaat van de pilots en verregaande onderzoeken is dat alleen het overheidsmodel (we gaan zélf zorgen dat Rivierenland ‘verglaast’) kan zorgen voor een 100% dekkende toekomstvaste en open glasvezelinfrastructuur voor consumenten. Voor bedrijventerreinen is er wel een commerciële partij die een oplossing kan bieden voor het glasvezelvraagstuk. Geen enkele marktpartij die reageerde op de Request for Proposal (welke oplossing voor volledige dekking biedt u?) heeft een passend antwoord voor consumentenaansluitingen. Vanwege hun commerciële belang concentreren zij zich op de kernen, want de buitengebieden bieden geen rendement en vallen dus buiten de boot. Net als overal in Nederland is het in deze gebieden niet meer een kwestie van snel internet willen, maar van moéten hebben. Steeds meer diensten van het onderwijs, de zorg en de overheid vereisen dit, evenals de zakelijke wereld.

Vervolgtraject: bezoek aan individuele raden
De raadsleden kregen ruimschoots de gelegenheid om vragen te stellen, deze zullen gebundeld en binnenkort worden verstrekt. De vraag aan de raden is of zij het overheidsmodel steunen. Om hierover te praten en de raden te consulteren, bezoekt Team O&O na het zomerreces alle individuele raden. Is het antwoord ‘ja’, dan zal het model verder worden uitgewerkt (o.a. welke rechtsvorm, hoe marktpartijen op het net, welke prioritering in gemeenten, e.d.). Dit is een tweetrapsraket waarop de raadsleden met enthousiasme reageerden.

Inzicht in situatie eigen gemeente
Hoe het is gesteld in de eigen gemeenten op dit vlak zagen de raadsleden met eigen ogen op tien gemeentekaarten die in de zaal hingen; elk geel stipje stond voor een slechte (trage, haperende of zelfs afwezige) internetaansluiting. Dit zijn er 13.483 in totaal! De teneur na de presentatie was duidelijk: dit is dé kans voor Regio Rivierenland om voorop te lopen en onze ambitie moet daarbij leidend zijn, dus 100% dekking in ons buitengebied.

Sessie Regionaal Investeringsfonds (RIF)
Voor dit onderwerp spraken de raadsleden in drie deelsessies over het Economic Board, de criteria voor toetsing van projecten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd, de toekenning hiervan en over de vraag waar het geld vandaan moet komen om het fonds te vullen. Ook discussieerden zij over hoe het vervolgtraject eruit moet zien en gaven zij aan betrokken te willen zijn bij de vormgeving van het RIF. Zie ook: Gezamenlijk speerpuntberaad 10 mei: opgaven en financiering regionale ambities en de beeldvormende notitie Regionaal Investeringsfonds.

AB-leden Hans Beenakker, Jan de Boer en Cees Veerhoek koppelden de resultaten terug aan alle aanwezigen, waarvan hier de samenvattingen:

Economic Board (EB)- Hans Beenakker
Volgens de raadsleden moeten in het EB onafhankelijk deskundigen zitten met weinig politiek belang die ook van buiten de regio zouden kunnen komen. Uitwisseling met andere EB’s is gewenst. Er zal wel een 'O' van Overheid zitting moeten hebben in het EB. Een belangrijk idee dat werd geopperd, is dat er een zogenaamd ‘voorwasprogramma’ kan worden ingezet voordat een voorstel wordt ingediend bij het EB. Deze groep met inhoudelijk deskundigen/ondernemers kan initiatieven verder helpen. Niet met geld, maar met expertise, zodat een plan ‘rijp’ wordt gemaakt voor beoordeling door het EB. Dit verhoogt de succesfactor. De rol van het Algemeen Bestuur moet zich volgens de raadsleden vooral concentreren op het proces en niet op een nieuwe inhoudelijke toets. Zij zien geen zware rol voor zichzelf als raden; dan wordt het een politiek proces, wat zaken kan vertragen. Het succes is juist afhankelijk van slagvaardigheid. Zij willen wel graag aan de ‘voorkant’ bij de ontwikkeling worden betrokken en op de hoogte worden gehouden, zodat zij eventueel kunnen bijdragen aan de bijsturing, mits dit nodig is.

Criteria voor toetsing projecten en toekenning bijdrage – Jan de Boer
De roep om durf en om ruimte om te ademen spreekt uit de wensen van de raadsleden. Niet alleen om financieel bij te dragen aan projecten die risico met zich meedragen (we weten nog niet of ze succesvol zullen zijn, maar ze zijn wel veelbelovend), maar ook om los te laten. Vertrouw op het oordeel van het EB. Belangrijk is dat niet alleen economische doelstellingen worden nagestreefd (return on investment, mulitiplier), maar ook maatschappelijke, zoals onderwijs, duurzaamheid en werk. Er moet niet alleen ondersteuning komen voor inhoudelijke projecten, maar ook voor procesactiviteiten. De overheid heeft een belangrijke rol als aanjager. Het zou goed zijn als ontvangen steun wordt doorgegeven (initiatiefnemers helpen initiatiefnemers), zodat het effect nog groter wordt. De projecten die worden gehonoreerd moeten wel regiogebonden zijn en het geld moet ons regionaal belang dienen. We moeten ons daarbij houden aan de Speerpunten die we met elkaar hebben afgesproken. Het AB toetst op het proces en we moeten evalueren en de raden blijven informeren. Maar allereerst moeten we starten met vertrouwen en durven loslaten!



Waar komt het geld vandaan? – Cees Veerhoek
Belangrijkste conclusie is dat alle gemeenten geld overhebben voor het RIF. De raadsleden willen meteen goed beginnen en vragen zich af of het stortingbedrag van € 3,- per inwoner wel stevig genoeg is. Het fonds moet een vliegwieleffect hebben, zodat op termijn de overheid wellicht helemaal niet meer nodig is. Daarbij is het belangrijk dat we na drie jaar evalueren en doorlopend monitoren wat het effect van het fonds is. Het rendement hoeft niet alleen financieel te zijn, maar kan ook maatschappelijk zijn. Het geld hoeft niet perse te landen waar het vandaan komt als het maar in de regio blijft. Een redelijke verdeling is wel wenselijk. Een nieuwe denkrichting die werd gegeven, was dat naast het genoemde bedrag van 3 euro, garantstellen een mogelijke financieringswijze is. Deze ideeën kunnen van meet af aan worden meegenomen om te ontwikkelen.

De algemene conclusie van de avond is dat de raadsleden vinden dat het regionaal belang voorop moet staan, externe deskundigheid niet hoeft te worden geschuwd en we ons moeten richten op zowel economische als maatschappelijke doelstellingen. Maar bovenal is er lef aanwezig; een noodzakelijk ingrediënt voor de vooruitgang van onze regio.

De genodigden voor deze avond zullen binnenkort een uitgebreider impressieverslag van deze bijeenkomst ontvangen.

 

Nieuwsarchief