Nieuws.jpg

Bestuur & Organisatie Nieuwsarchief

26 juni 2014

AB stelt nieuwe wijze samenwerking tussen Rivierenlandse gemeenten voor

Samenwerking.jpg

Op 25 juni 2014 besloot het Algemeen Bestuur (AB) van Regio Rivierenland om de raden van de deelnemende gemeenten voor te stellen op een nieuwe manier met elkaar te gaan samenwerken. Ook stelt het AB een nieuwe werkwijze van samenwerking tussen de colleges van burgemeester en wethouders voor. De colleges en raden buigen zich de komende maanden over de ideeën van het AB, die ernaar streeft om de nieuwe manier van werken op 1 januari 2015 te laten starten.

Samengevat: nieuwe wijze van samenwerking tussen de colleges
Het AB stelt de colleges voor de samenwerking op een projectmatige wijze te organiseren. Kern is dat de wethouders van de deelnemende gemeenten per project waarop ze willen samenwerken bijeen komen. Zij dragen samen de verantwoordelijkheid over de richting en realisatie van het project. Uiteraard gaan de projecten pas van start nadat ze door de raden zijn geaccordeerd.

Samengevat: nieuwe wijze van samenwerking tussen de raden
Het AB hanteert de volgende uitgangspunten: (1) de raden moeten hun kaderstellende en controlerende rollen waar kunnen maken, (2) het is noodzakelijk dat de raden aan zet komen op de momenten dat het ertoe doet, (3) er is behoefte aan zo min mogelijk bestuurlijke drukte en (4) het principe van verlengd lokaal bestuur als de basis voor regionale samenwerking moet behouden blijven. De kern van het voorstel aan de raden is dat zij hun kaderstellende rol beter waar kunnen maken door op cruciale momenten in beleidsprocessen te sturen. Dat gebeurt met inzet van een regionale agendacommissie, waarin elke raad door twee leden is vertegenwoordigd.

Klik hier voor een uitgebreide uitleg over de voorgestelde werkwijze tussen raden en tussen colleges.

De integrale voorstellen
Voor de integrale voorstellen klikt u op onderstaande links:

- Raadsvoorstel 'Verbeteringen in de samenwerking in Regio Rivierenland'
- Collegeadvies 'Toekomstige samenwerking tussen de colleges in Regio Rivierenland'

Achtergronden
Hier leest u de Nota van Bevindingen naar aanleiding van de reacties van de tien raden op besluitvorming in eerste lezing en - per thema - de inhoudelijke reactie van het AB.

Hier leest u meer over de achtergronden van de ‘Toekomst regionale samenwerking’.

Waarom deze voorstellen?
Via Regio Rivierenland werken tien Rivierenlandse gemeenten op tal van terreinen met elkaar samen. Vanwege de veranderingen in de samenleving en het openbaar bestuur spraken de raden en colleges van de deelnemende gemeenten het afgelopen jaar over de manier waarop zij de komende jaren met elkaar gaan samenwerken. Ook ter verbetering van een aantal zaken. Zo voelen de gemeenteraden zich te weinig betrokken bij de regionale samenwerking en missen zij het overzicht over de vele onderwerpen waarop de gemeenten met elkaar samenwerken. Vanuit de colleges kwam het gevoel naar voren dat de wethouders te weinig ruimte hebben om zich in de regionale samenwerking te richten op de zaken die voor hen het meest belangrijk zijn. Dit komt omdat de energie die zij in een onderwerp willen steken in de huidige vergaderopzet niet goed tot uiting komt. Ook wordt een duidelijke visie op promotie en lobby gemist.

Geen structuurwijziging, maar aanpassing werkafspraken
Om de wijze van samenwerken aan te laten sluiten op veranderingen in de maatschappij en om de huidige knelpunten op te lossen, stelt het AB voor dat zowel de raden als de colleges op een andere manier met elkaar gaan samenwerken. Dit is geen structuurwijziging, maar een aanpassing van de werkafspraken. Het voorstel is tot stand gekomen op basis van input van alle raden en colleges. De voorstellen die volgens het AB op voldoende draagvlak kunnen rekenen, zijn in de definitieve voorstellen verwerkt. De voorstellen worden nu ter definitieve besluitvorming aan de raden en colleges voorgelegd.

Het verdere proces
Elk college gaat zich buigen over het voorstel voor de nieuwe wijze van samenwerking tussen de colleges. Ook zal elk college organiseren dat het raadsvoorstel op de lokaal gebruikelijke wijze aan de eigen raad wordt voorgelegd.
• Het Algemeen Bestuur heeft de colleges gevraagd in juli een besluit te nemen.
• De raden wordt gevraagd om uiterlijk begin oktober een besluit te nemen.
Nadat alle colleges en raden een besluit hebben genomen, zal het Algemeen Bestuur op basis van de standpunten van alle colleges en raden besluiten hoe en wanneer de nieuwe werkwijzen van raden en colleges concreet wordt ingevoerd. 

Nieuwsarchief